Industriebeleid vraagt om regels én vertrouwen
De discussie over het Nederlandse industriebeleid dreigt te veel te draaien om economische groei en te weinig om maatschappelijke waarde. Dat betoogt Marko Hekkert, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, in een reactie op het rapport-Wennink. Volgens hem is het riskant om de industrie meer ruimte te geven door regels af te bouwen in de veronderstelling dat innovatie en welvaart dan vanzelf volgen.
Hekkert benadrukt dat brede welvaart meer omvat dan het bruto binnenlands product. Ook gezondheid, natuurkwaliteit en een leefbare omgeving voor toekomstige generaties moeten worden meegewogen. Juist daarom ziet hij regelgeving niet als een belemmering, maar als een instrument om marktfalen te corrigeren en innovatie af te dwingen. Historisch waren emissienormen, waterkwaliteitsregels en productstandaarden volgens hem bepalend voor technologische vooruitgang.
Hij wijst daarbij op voorbeelden als PFAS-vervuiling door Chemours, de milieuproblemen rond Tata Steel en de terughoudendheid van delen van de industrie om klimaatmaatregelen te versnellen. Ook op het gebied van circulair ontwerpen ziet hij dat bedrijven pas echt in beweging komen wanneer regelgeving daartoe verplicht. Volgens Hekkert vraagt effectief industriebeleid daarom om een combinatie van vertrouwen én stevige publieke sturing. Alleen zo kan economische ontwikkeling hand in hand gaan met duurzame welvaart en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op esb.nu.